Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Overtreding relatiebeding door het benaderen relaties via Linkedin.

zie eindvonnis: ECLI:NL:RBNNE:2014:3154

Uitspraak



RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 525511 \ CV EXPL 11-14517

Vonnis d.d. 3 oktober 2012

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam],

gevestigd te [plaatsnaam],

eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie, hierna [A] te noemen,

gemachtigde mr. E.D. de Jong, advocaat te Steenwijk,

tegen

[naam],

wonende te [plaatsnaam],

[B] in conventie en eiser in reconventie, hierna [B] te noemen,

gemachtigde mr. A.P.E.M. Pover, advocaat te Meppel.

1 PROCESGANG

1.1

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

het tussenvonnis van 4 januari 2012,

conclusie van antwoord in reconventie,

conclusie van repliek in conventie, tevens houdende akte vermeerdering van eis,

conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in reconventie tevens houdende antwoordakte inzake vermeerdering van eis,

conclusie van dupliek in reconventie.

1.2

Op 13 februari 2012 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Met het oog op deze comparitie heeft de gemachtigde van [A] op voorhand productie 12 aan de kantonrechter en aan de gemachtigde van [B] toegezonden. Van het verhandelde is door de griffier proces-verbaal gehouden.

1.3

De kantonrechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen, zodat dit vonnis is gewezen door een andere kantonrechter.

1.4

Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

De vaststaande feiten

2.1.1.

[B] is op [datum] 2007 bij [A] in dienst getreden in de functie van senior manager schade, aanvankelijk voor de duur van één jaar. Met ingang van [datum] 2008 is de arbeidsovereenkomst voortgezet voor onbepaalde tijd.

2.1.2.

Artikel 17 (relatiebeding) van de arbeidsovereenkomst luidt als volgt:

De werknemer zal gedurende een periode van 1 jaar na het eindigen van de arbeidsovereenkomst zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever geen cliënten van werkgever of de met werkgevers gelieerde onderneming(en), benaderen of bedienen dan wel doen bedienen, op een wijze gelijk of gelijksoortig aan de wijze van bedienen van de werkgever of de met werkgever gelieerde onderneming(en).

Onder cliënten worden tevens verstaan potentiële cliënten, waarmee de werkgever of de met werkgever gelieerde onderneming(en) in de laatste 6 maanden van de arbeidsovereenkomst zakelijk contact heeft gehad.

Bij overtreding van het in 18.1 genoemde beding verbeurt de werknemer een onmiddellijk opeisbare boete van € 25.000,- per overtreding, tot een maximum van € 250.000,-.

2.1.3.

Bijlage I “functieomschrijving” behorende bij de arbeidsovereenkomst luidt als volgt:

Het acquireren, beheren en adviseren inzake verzekeringen betreffende de zakelijke markt.

2.1.4.

Bijlage II Variabele beloningsregeling behorende bij de arbeidsovereenkomst luidt, voor zover van belang, als volgt:

Van de door werknemer gerealiseerde provisie tot euro 24.000,- wordt 50% (dus maximaal euro 12.000,-) aan u uitgekeerd

Daarnaast kennen wij nog een extra bonus toe voor de productie die uitstijgt boven euro 24.000,-. Deze extra bonus bedraagt 25% van alle behaalde provisie vanaf euro 24.000,- gedurende het eerste jaar van de overeenkomst wordt inzake de bonus provisie euro 950,- per maand achteraf als voorschot uitgekeerd. De uiteindelijke berekening van de bonus alsmede de extra bonus geschiedt aan het einde van het jaar.

De jaarperiode loopt van 01 januari tot en met 31 december.

2.1.5.

Bij brief van 10 maart 2008 heeft [A], inzake "afhandeling bonus 2007", voor zover van belang, het navolgende aan [B] geschreven:

Over de periode 01 februari 2007/31 december 2007 werd door jou aan nieuwe productie inclusief productie bestaande klanten € 2.324,- gerealiseerd.

In het kader van de variabele beloning hadden we de navolgende regeling afgesproken;

Van de gerealiseerde provisie tot € 24.000,-- wordt 50% uitgekeerd, van de productie die uitstijgt boven de € 24.000 wordt 25% als bonus uitgekeerd. Als voorschot op de bonus wordt € 950 per maand uitgekeerd.

(…)

De bonusregeling zoals deze voor 2007 was afgesproken blijft voor 2008 ongewijzigd van kracht.

2.1.6.

Bij brief van 27 maart 2009 heeft [A], inzake "afhandeling bonus 2008", voor zover van belang, het navolgende aan [B] geschreven:

Over de periode 01 januari 2008/31 december 2008 werd door jou nieuwe productie inclusief productie bestaande klanten € 69.230 gerealiseerd.

In het kader van de variabele beloningsregeling hadden we de navolgende regeling afgesproken;

van de gerealiseerde provisie tot € 24.000,-- wordt 50% uitgekeerd van de productie die uitstijgt boven de € 24.000 wordt 25% als bonus uitgekeerd. Als voorschot op de bonus wordt € 950 per maand uitgekeerd.

Op basis van genoemde uitgangspunten levert dit de navolgende berekening;

50% van € 24.000,-- is € 12.000,-- alsmede 25% van € 44.230,-- (€ 69.230 -/- € 25.000) is € 11.057,50. Totale bonus derhalve € 23.057,50.

Totaal aan voorschotten bedroeg 12 × 950 is € 11.400,-- restant bonus € 23 057,50 -/- = € 11.657,50 nog te vergoeden. Hierop moet nog in mindering worden gebracht door de retourbonus over 2007 ad € 7.430,-) conform het schrijven van 10 maart 2008), derhalve resteert aan uit te betalen bonus € 4.227,50. (…)

De bonusregeling zoals deze voor 2008 was afgesproken blijft voor 2009 ongewijzigd van kracht.

2.1.7.

Bij brief van 27 april 2011 heeft [B] de arbeidsovereenkomst tegen 1 mei 2011 opgezegd.

2.1.8.

Bij brief van 2 mei 2011 met als onderwerp: “beëindiging dienstverband” schrijft [A] aan [B] voor zover van belang:

Hierdoor bevestigen wij de ontvangst van uw schrijven d.d. 27 april jl. waarin u uw dienstverband per 01 mei a.s. opzegt.

(…)

Met inachtneming van 1 maand opzegtermijn zal de daadwerkelijke datum van uitdiensttreding per 01 juni a.s. plaats vinden.

(…)

Gezien uw functie en het commerciële belang voor onze organisatie zien wij ons genoodzaakt u tot de datum van uitdiensttreding per direct op non-actief te stellen. Derhalve hebben wij u ook de toegang tot onze systemen moeten ontzeggen.

2.1.9.

Op 26 mei 2011 heeft [B] via een LinkedIn aan zogenaamde "connections" een bericht toegezonden, met als onderwerp "nieuwe job", waarvan de inhoud luidt als volgt, voor zover van belang:

Ik ben verheugd jullie te kunnen melden dat ik per 1-6-2011 in dienst treedt bij [naam] te [plaatsnaam]. Eindelijk een werkgever die weet hoe het werkt in assurantieland. Alleen maar bedrijfsmatig klanten, goede binnendienst en vooral weer plezier in je werk en minstens zo belangrijk, een financieel solide bedrijf. Ik hou jullie op de hoogte van mijn nieuwe mobiele nummer en e-mailadres. Tijdelijk te bereiken op (…)

In conventie

2.2

De vordering in conventie en het standpunt van [A] op hoofdlijnen

2.2.1.

In conventie heeft [A] gevorderd:

I. [B] te veroordelen tot betaling aan [A] van een bedrag ad € 100.000,00 ter zake de door [B] begane overtredingen van het relatiebeding, althans tot betaling van een zodanig door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;

II. [B] te veroordelen tot betaling aan [A] van het bedrag ad € 1.500,00 inclusief BTW terzake de kosten van buitengerechtelijke rechtsbijstand, althans tot betaling van een zodanig bedrag door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;

III. [B] te verbieden om zich in negatieve zin over [A] uit te laten en [B] te verbieden om zich op andere wijze onrechtmatig jegens [A] te gedragen. zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per overtreding van dit verbod;

2.2.2

[A] heeft op hoofdlijnen het volgende aan haar vordering in conventie ten grondslag gelegd.

2.2.3.

[B] heeft op 26 mei 2011 het relatiebeding overtreden door middel van verzending van een e-mailbericht via LinkedIn. Hij heeft drie relaties/klanten van [A] aldus benaderd. [B] heeft zich daarbij onheus over [A] uitgelaten. Door [B] zijn e-mailberichten verzonden aan [naam], [naam] en [naam]. Ook heeft [B] [naam] B.V. benaderd, een potentiële relatie die in commerciële vergaderingen is besproken. De handelingen van [B] zijn niet alleen in strijd met artikel 17 van de arbeidsovereenkomst maar ook in strijd met hetgeen is bepaald in artikel 7: 611 Burgerlijk Wetboek .

2.2.5.

Het e-mailbericht van 26 mei 2011 is verzonden via de zakelijke internetpagina LinkedIn. LinkedIn een is een medium voor het onderhouden en verwerven van relaties. Het verzenden van een e-mail voor bericht via LinkedIn, vergt actief handelen, namelijk het vervaardigen van een e-mailadres aan de relaties. Relaties worden op de site van LinkedIn"connections" genoemd.

2.2.6.

Omdat er sprake is van vier overtredingen is [B] een boete verschuldigd van € 100.000,00. De verwijzing naar artikel 18 in artikel 17 lid 2 berust op een kennelijke schrijffout. Bedoeld is te verwijzen naar artikel 17 lid 1.

2.3

Het verweer van [B]

2.3.1.

[B] heeft, zakelijk weergegeven, het navolgende daartegen aangevoerd.

2.3.2.

In de loop van 2010 ontstond een zakelijk conflict tussen de beide directeuren van [A]. [B] stond hierbuiten. Door dit conflict ontstond een totaal verziekte sfeer op kantoor en werden allerlei zaken tussen partijen ter discussie gesteld. Omdat het conflict bleef voortwoekeren, heeft [B] besloten op zijn 55e levensjaar een andere functie te zoeken. Hij was enthousiast en geïnspireerd geraakt door de mogelijkheid van werkkring te veranderen en heeft dit kenbaar gemaakt door een bericht te plaatsen op 26 mei 2011 op de internetsite van LinkedIn. Daarmee wilde hij zijn eigen "connections" in kennis stellen van het feit dat hij een andere werkkring had gevonden.

2.3.3

Toen [B] bij brief van 30 mei 2011 door de gemachtigde van [A] erop werd gewezen op het in de arbeidsovereenkomst aanwezige concurrentiebeding, en gesteld werd dat hij het relatiebeding zou hebben overtreden, heeft hij uit welwillendheid, maar zonder aansprakelijkheid te erkennen een rectificatie gemaakt en aan de "connections" verzonden.

2.3.4.

Er is geen sprake van dat [B] relaties van [A] heeft benaderd "op een wijze gelijk of gelijksoortig aan de wijze van bedienen van de werkgever of de met de werkgever gelieerde ondernemingen". Door het verzenden van een e-mailbericht via LinkedIn is daarvan geen sprake geweest. In het e-mailbericht van 26 mei 2011 wordt de naam van [A] niet eens genoemd. De ratio van een bepaling zoals opgenomen in artikel 17 is dat onrechtmatige vormen van concurrentie /onrechtmatige handelwijzen tegengegaan kunnen worden. Daarvan is hier in het geheel geen sprake. Met een rectificatie heeft [B] gedaan wat in dit verband als passend en noodzakelijk beschouwd kan worden. Strijd met goed werknemerschap is daarom niet aan de orde.

2.3.5

Als onrechtmatig moet worden beschouwd het benaderen van relaties met het doel deze zelf te bedienen. Daarvan is hier geen sprake geweest. Omdat er geen sprake is van onrechtmatig handelen, bestaat er ook geen verplichting om schade te vergoeden. In ieder geval dient de gefixeerde schade te worden gematigd tot nihil.

2.4

De beoordeling in conventie

2.4.1

De vordering in conventie stelt de vraag centraal of door [B] het relatiebeding vervat in artikel 17 van de arbeidsovereenkomst is overtreden. Bij de beantwoording van deze vraag zal de kantonrechter het relatiebeding moeten uitleggen. De uitleg van de tussen partijen gesloten overeenkomst dient te geschieden met inachtneming van de zogeheten Haviltex-maatstaf (HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635). Deze maatstaf brengt mee dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Bij die uitleg komt het ook aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. In praktisch opzicht is de taalkundige betekenis die de bewoordingen waarin deze bepalingen zijn gesteld, gelezen in de context van dat geschrift als geheel, in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben, bij de uitleg van dat geschrift vaak wel van groot belang.

2.4.2.

De kantonrechter is van oordeel dat het versturen van een e-mailbericht via een sociaal medium als LinkedIn dat juist is gericht op zakelijke contacten (in tegenstelling tot Hyves of Facebook) in beginsel kan worden gezien als het “benaderen” in de zin van artikel 17 van de arbeidsovereenkomst. Met het e-mailbericht van 26 mei 2011 heeft [B] immers zijn relaties, waaronder naar [A] onbetwist heeft gesteld, tenminste drie van haar klanten zijn begrepen, in kennis gesteld van zijn vertrek naar een andere werkgever, die evenals [A] werkzaam is in de assurantiebranche. De kantonrechter is van oordeel dat gegeven de inhoud van voormeld e-mailbericht en het voor verzending ervan gekozen middel, niet kan worden gezegd dat er sprake is van een bericht met een (overwegend) privékarakter, maar veel meer kenmerken heeft van op relatiebeheer en relatiebehoud gericht zakelijk contact.

2.4.3

[B] had de functie van senior accountmanager schade, hij was verantwoordelijk voor het “acquireren, beheren en adviseren” van de relaties van de werkgever op het gebied van “verzekeringen betreffende de zakelijke markt”. Daarmee was [B] het gezicht van [A] in de markt en had hij met haar klanten contact. In de assurantiebranche is al van oudsher bekend dat klanten relatief gemakkelijk (kunnen) overstappen van de ene tussenpersoon naar de andere. Daarom is van belang voor [A] dat haar klanten door [B] gedurende een zekere periode na het einde van het dienstverband in het geheel niet worden benaderd door haar voormalige accountmanager. De lezing van het relatiebeding die [B] voorstaat, te weten dat pas van een overtreding sprake kan zijn als er sprake is van concurrerende activiteiten of onrechtmatig handelen, acht de kantonrechter niet juist. Het uitspannen is immers ook zonder contractueel verbod niet toegestaan. Een beding als opgenomen in artikel 17 zou in de door [B] verdedigde uitleg in feite geen zelfstandige betekenis hebben. De kantonrechter is bovendien van oordeel dat uit de door [B] gezonden rectificatie moet worden afgeleid dat deze (zij het achteraf) heeft ingezien dat de inhoud van zijn e-mail mogelijk beschadigend zou kunnen zijn geweest voor [A]. Enkele relaties van [A] hebben het e-mailbericht immers aan [A] toegezonden met het onderwerp: ‘ontevreden ex-werknemer’.

2.4.4.

De kantonrechter neemt bij de uitleg in aanmerking dat naar de letter van artikel 17 van de arbeidsovereenkomst, geen overtreding van het relatiebeding aanwezig kan worden geacht. Immers, in artikel 17 worden verboden contacten met relaties die plaatsvinden gedurende één jaar na einde van het dienstverband. In het onderhavige geval heeft [B] op 26 mei 2011, derhalve tijdens de arbeidsovereenkomst, de litigieuze e-mail via LinkedIn verzonden. Hoewel de bewoordingen niet doorslaggevend zijn bij de uitleg van een contractsclausule, zijn deze niettemin wel van belang. Dit geldt eens te meer bij de uitleg van bepalingen in een overeenkomst tussen een werkgever en een (oud)werknemer, die niet als geheel gelijkwaardige contractspartners zijn te beschouwen. Daar waar op overtreding van een clausule bovendien een forse boete is gesteld, is het wellicht aangewezen om onduidelijkheden in de tekst voor risico te laten blijven van degene die de clausule heeft opgesteld.

2.4.5.

Partijen hebben op dit punt in het geheel geen debat gevoerd. Teneinde een verrassingsbeslissing te voorkomen, stelt de kantonrechter partijen alsnog in de gelegenheid op zich op dit punt nader bij akte uit te laten. In deze akte dienen partijen zich voorts nader uit te laten of en zo ja, waarom het verzenden van één e-mailbericht aan meerdere geadresseerden als even zo vele overtredingen of als één overtreding zou moeten worden gezien. Nu door [A] onbetwist is gesteld dat het boetebeding van artikel 17 lid 2 bedoelt te verwijzen naar het relatiebeding van artikel 17 lid 1, zal de kantonrechter ook van de ze lezing uitgaan.

In reconventie

3.1.

De vordering in reconventie en het standpunt van [B] op hoofdlijnen

3.1.1.

[B] heeft in reconventie gevorderd dat [A] zal worden veroordeeld om aan hem te voldoen de hoofdsom van € 10.129,66 bruto, bestaande uit de [B] toekomende bonus over 2010 alsmede de onterechte verrekende bonus, te vermeerderen met wettelijke verhoging conform artikel 7: 625 BW , alles vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. Voorts heeft [B] gevorderd [A] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 800,00 terzake van buitengerechtelijke incassokosten.

3.1.2.

Ter onderbouwing van zijn vordering heeft [B] allereerst gewezen op de door hem als productie 7 overgelegde correspondentie tussen partijen en overige betrokkenen inzake de afwikkeling van de bonus. Uit de correspondentie blijkt volgens [B] dat de bonus 2010 € 7.444,58 bruto bedraagt en de ten onrechte verrekende bonus 2010 € 2.685,08 bruto.

3.1.3.

Voorts heeft [B] aangegeven dat met betrekking tot de bonusregeling uitgegaan moet worden van bijlage II bij de arbeidsovereenkomst en de bonusbrieven van 10 maart 2008 en 27 maart 2009. Hij heeft een recht op provisie van nieuwe productie van zowel bestaande als nieuwe klanten. Volgens [B] blijkt uit productie 8 bij de conclusie van antwoord in reconventie dat hij aanspraak kan maken op een bonus te berekenen over een productie van € 39.844,38. Om hem moverende redenen kan [B] ermee instemmen dat bij de berekening van de bonus wordt uitgegaan van de door [A] in het geding gebrachte gegevens. Uit de door hem als productie 9 bij de conclusie van repliek/dupliek overgelegde gegevens, moet daarnaast nog rekening worden gehouden met een productie groot € 11.533,96. Het totaal waarover de bonus berekend moet worden bedraagt mitsdien € 51.378,34. Op grond van de vigerende bonusafspraken heeft hij aanspraak op:

50% van € 24.000,00 = € 12.000,00

25% van € 27.378,34 = € 6.844,58,

Totaal € 18.844,58.

3.1.4.

Op laatstgenoemd bedrag dienen in mindering te worden gebracht reeds uitbetaalde voorschotten ten bedrage van € 11.400,00, zodat resteert te betalen ten titel van bonus 2010 een bedrag van € 7.444,58. Bij dit bedrag dient opgeteld te worden de ten onrechte ingehouden verrekening groot € 2.685,08.

3.2.

Standpunt van [A]

3.2.1.

[A] heeft daartegen aangevoerd dat bij de berekening van de bonus over het jaar 2010, zoals ook is gebeurd bij de bonus over eerdere jaren, gekeken moet worden naar de nieuwe productie. [B] gaat ten onrechte uit van een totale productie van € 39.844,38. De nieuwe productie bedraagt blijkens het door [B] aangehouden overzicht echter € 17.293,32. De vordering met betrekking tot het vermeend ten onrechte verrekende bedrag groot € 2.685,08, is door [B] op geen enkele manier onderbouwd.

3.2.2.

Ten onrechte heeft [B] gesteld dat het overzicht niet volledig is. De posten die worden vermeld in productie 9 bij repliek/dupliek zijn onjuist: ofwel omdat er geen sprake is van nieuwe productie, ofwel omdat de genoemde bedragen niet zijn geïncasseerd, of er is sprake van het oversluiten van polissen waarop geen provisie is ontvangen of een rekening voor gemaakte uren waarvoor evenmin een bonus behoeft te worden betaald.

3.3.

De beoordeling in reconventie

3.3.1.

Partijen verschillen niet zozeer van opvatting over de vraag of er een bonus betaald moet worden, danwel hoe deze moet worden berekend. In de kern gaat het erom welke posten de tot de provisiegevende “productie” behoren. In bijlage II bij de arbeidsovereenkomst wordt gesproken over de “door werknemer gerealiseerde productie” en over een “extra bonus” van 25 % over “alle behaalde provisie”. In de zogenaamde bonusbrieven van 2007 en 2008 worden deze bepalingen door [A] aldus toegepast dat de bonus in een jaar wordt berekend over de “nieuwe productie inclusief productie bestaande klanten”.In het overzicht dat door [A] als productie 8 bij repliek/dupliek is geproduceerd (hierna: het provisie-overzicht) blijkt dat volgens haar administratie de daarin opgenomen “nieuwe productie” € 17.293,62 bedraagt. De totale productie bedraagt € 39.844,38. De kantonrechter is van oordeel dat gegeven de bewoordingen in bijlage II en de toepassing die daaraan in de bonusbrieven is gegeven in beginsel moet worden uitgegaan van de totale productie, nu door [A] onvoldoende is gesteld waarom bij de berekening van de bonus van de nieuwe productie moet worden uitgegaan. Nu [A] op dit punt niet heeft voldaan aan haar stelplicht, kan zij niet tot bewijslevering worden toegelaten.

3.3.2.

[B] heeft gesteld dat in voormeld provisie-overzicht posten ontbreken die tot de “nieuwe” productie moet worden gerekend. Nu door [A] dit standpunt voldoende gemotiveerd wordt betwist, dient [B] overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn stelling te bewijzen dat het provisie-overzicht niet volledig is.

3.3.3.

[B] zal in de gelegenheid worden gesteld om zich bij akte uit te laten over de wijze waarop hij zich van de op hem rustende bewijslast wenst te kwijten, door het overleggen van schriftelijke bewijsstukken danwel door het leveren van getuigenbewijs. De zaak zal naar de rolzitting worden verwezen, opdat [B] te kennen kan geven of en hoe hij aan de bewijsopdracht wenst te voldoen. Uiteraard kan deze uitlating schriftelijk worden gedaan. Voor het geval [B] getuigen wenst te laten horen, dient hij alsdan de namen van de te horen getuigen op te geven alsmede de verhinderdata in de periode van twee maanden volgende op die rolzitting. [A] dient op deze rolzitting (schriftelijk) haar verhinderdata in deze periode op te geven. Indien een getuigenverhoor dient plaats te vinden, zal op die zitting een datum voor het verhoor worden vastgesteld.

3.3.4.

De kantonrechter is met [A] van oordeel dat de vordering van [B] terzake van de vermeende onjuiste verrekening van een bedrag van € 2.685,08, onvoldoende is onderbouwd. De kantonrechter zal dit onderdeel van de vordering mitsdien afwijzen.

In conventie en in reconventie

4.1.

Slotoverwegingen

4.1.1.

De kantonrechter zal de zaak naar de rolzitting van 31 oktober 2012 verwijzen voor de aktewisseling in conventie. Om praktische redenen zal [A] als eerste de gelegenheid krijgen zich uit te laten over de vraagpunten genoemd in rechtsoverwegingen 2.4.4. en 2.4.5. Daarna krijgt [B] gelegenheid om te reageren bij antwoordakte.

4.1.2.

[B] krijgt de gelegenheid om op 31 oktober 2012 zich eveneens bij akte te uitlaten over de wijze waarop hij het bewijs in reconventie wil gaan leveren. Beide partijen dienen op die zitting hun verhinderdata door te geven zoals is genoemd in rechtsoverweging 3.3.3.

4.1.3.

De kantonrechter houdt alle overige beslissingen aan.

5 BESLISSING

5.1.

De kantonrechter:

in conventie

5.1.1.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 31 oktober 2012 te 11.00 uur voor uitlating door [A] bij akte omtrent de vraagpunten genoemd in rechtsoverwegingen 2.4.4. en 2.4.5. van dit vonnis,

in reconventie

5.1.2.

draagt [B] op feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit blijkt dat het provisie-overzicht niet volledig is,

5.1.3.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 31 oktober 2012 te 11.00 uur voor uitlating door partijen als bedoeld in overweging 3.3.3.;

5.1.4

bepaalt dat [B], indien hij het bewijs niet door getuigen wil leveren maar door overlegging van bewijsstukken en/of ander bewijsmiddel, die stukken gelijk in geding moet brengen;

5.1.5.

bepaalt dat beide partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen;

5.1.6.

bepaalt dat voor de uitlating door partijen en het mogelijk te houden getuigenverhoor in beginsel geen uitstel zal worden verleend;

in conventie en in reconventie

5.1.7.

houdt alle overige beslissingen aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.B. Faber-Siermann, kantonrechter, en op

30 oktober 2012 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: mf


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature